ONZE ANALYSE
DE LAPPENDEKEN VAN HET CULTUURBELEID
Bijna iedereen die iets met cultuur van doen heeft, houdt er wel een mening op na over het bestaande cultuurbeleid. Maar is het allemaal wel zo eenduidig? Bestaat dat ene cultuurbeleid wel? Als je goed kijkt, dan zie je dat het een lappendeken is: hét cultuurbeleid bestaat eenvoudigweg niet.
Schurende beleidsparadigma’s
Als je inzoomt op onderdelen van het landelijk cultuurbeleid, zie je diverse, vaak tegenstrijdige, paradigma’s opduiken. Zo zijn er zeker zes benaderingen te vinden die dwars door elkaar heen lopen. Het eerste, tot nu toe vrij dominante, vertoog baseert zich op het romantische beeld van de individuele kunstenaar. In deze opvatting is hij of zij autonoom en aan niemand verantwoording schuldig. Een tweede – daarmee verwante – zienswijze legitimeert het ruimhartig subsidiëren van de klassieke canon. Dit is de hoogste etage van het kunstgebouw. Hier schrijf je kunst met een hoofdletter. Een derde beleidsnarratief draagt de sporen van – oorspronkelijk sociaalliberale en sociaaldemocratische – verheffingsidealen. Inzet is hier om de achtergestelden aan te sporen tot participatie. Al doende kunnen zij zich het verzamelde culturele aanbod en erfgoed alsnog toe-eigenen. Een vierde paradigma wil het marktfalen compenseren. In deze liberaal-economische redenering zijn subsidies gerechtvaardigd als een correctie op de vrije markt. Het vijfde roept op om de toegangsdrempels naar de wereld van kunst en cultuur te verlagen. Dit kan door de leefwereld van ‘gewone burgers’ voorop te stellen en het cultuuraanbod beter te laten aansluiten bij hun alledaags bestaan. Deze denkwijze is terug te vinden in het tegenwoordig populaire diversiteits- en inclusie-denken, en in de poging om cultuur een prominentere plek in de regio te geven. Een zesde – eveneens nieuwerwetse – benadering gaat uit van een gezamenlijke verantwoordelijkheid van culturele makers en instellingen voor de aanpak van maatschappelijke vraagstukken. Kunst en cultuur moeten zich meer nestelen in de samenleving. Dat levert nieuwe en verrassende kunst op.
Geen overkoepelende visie
Er is niet één coherente en overkoepelende visie die al deze benaderingswijzen omvat en met elkaar in verband brengt. Cultuurbeleid is een containerbegrip, het is een woord dat vele betekenissen in zich draagt. Is dat erg? Niet per se, want door de meervoudige invulling ontstaat ruimte voor een dialoog over het gewenste beleid.
Toch is er een probleem. Deze verzamelterm werkt ook verhullend. Achter de façade van de schijnbare eenheid botsen de contrasterende meningen en woedt een intense machtsstrijd. ‘Cultuurbeleid’ is in onze ogen een – nogal verwarrend – strijdtoneel van conflicterende opvattingen en belangen. De deelnemende personen en organisaties proberen elk een plek te veroveren of hun bestaande dominantie te verdedigen. Cultuurbeleid is dan ook de – steeds wisselende – uitkomst van een aanhoudend gevecht om de politieke definitiemacht: wie bepaalt welke zienswijze op cultuurpolitiek de overhand heeft en welke beleidsvertaling wordt eraan gegeven?
Strijd om de hegemonie
Van de absolute overheersing van één visie is geen sprake. Maar onmiskenbaar is het discours van de autonome kunstpraktijk nog behoorlijk invloedrijk, evenals dat van de klassieke canon. Tegelijkertijd wordt die hegemonie ernstig bedreigd door de steeds krachtiger wordende vraag naar ‘de maatschappelijke impact’ van kunst en cultuur. Ook de roep om meer inclusie en diversiteit en om de versterking van de culturele infrastructuur in de regio wordt steeds luider. Deze paradigma’s zijn duidelijk in opmars.
Wat het ingewikkeld maakt, is dat de strijd zich meestal onder de oppervlakte afspeelt. De deelnemers verwoorden lang niet altijd helder waarop hun beleidsclaims zijn gestoeld. Vertroebelend is ook dat de verschillende partijen en belangengroepen in de cultuursector hun strijd om erkenning en toegang tot subsidies zelden met open vizier voeren. En als zij dat wel doen, dan valt vooral op dat een hoge – doorgaans moraliserende – toon wordt aangeslagen.
Het is beslist niet zo dat het cultuurbeleid geen aandacht krijgt. Journalisten schrijven met enige regelmaat over de gevechten die de verschillende belanghebbenden met de overheid en met elkaar voeren, zeker op het moment dat de subsidies worden verdeeld. Ook beleidsverschuivingen op langere termijn worden in kaart gebracht. In de regel gaat het dan om wetenschappelijke, sociologische of historische studies waarin ontwikkelingen over een langer tijdsbestek worden geduid.
Maar de actuele strijd om de macht wordt nauwelijks onder de loep genomen. Er is te weinig reflectie op wat wij zien als het kernpunt: welke verschillende en tegengestelde vertogen binnen de bestaande beleidspraktijk bestaan er en van welke gaat meer invloed uit dan van andere? Omdat deze strijd om de zeggenschap over de inhoud van het cultuurbeleid zelden in de openbaarheid wordt gevoerd en slechts summier wordt gedocumenteerd, kan de fictie van één beleid blijven voortbestaan. Dat belemmert een productief debat over de toekomst van het cultuurbeleid.
Naar binnen gekeerd
Het huidige cultuurbeleid is naar ons idee te veel naar binnen gericht. Het wordt bovendien te sterk bepaald door een ondoorzichtige samenklontering van fondsen en belangenorganisaties. Door de buitensporige invloed van deze inner circle wordt het feitelijke keuzeproces versluierd en voor de buitenwereld ontoegankelijk gemaakt.
Bij het tot stand komen van het recente advies van de Raad voor Cultuur over een nieuw cultuurbestel, getiteld Toegang tot Cultuur, werd voor het eerst een ruimere groep betrokken dan de usual suspects. Makers met zeer verschillende achtergronden mochten meedenken. Dat is winst! Maar de vooruitgang is relatief. Zo werden de beoefenaars van amateurkunst, de helft van onze bevolking, niet bij de opstelling van het rapport betrokken. Laat staan de burgers: ook zij werden in het geheel niet geraadpleegd.
Belangrijke punten van de door de raad gepresenteerde toekomstvisie zijn het versterken van de maatschappelijke betekenis van kunst, het geven van meer armslag aan kunstenaars, het verruimen van de beoordelingscriteria, het betrekken van burgers bij de subsidieverdeling, het vergroten van het cultuurbereik in de regio en het samenvoegen van overheidsfondsen. Opvolging van dit voor de sector radicale advies zou meer op de schop nemen dan heel wat mensen in de binnenring lief is. De aanbevelingen, zeker als het gaat om structurele veranderingen, lijken daarom slechts beperkt in beleid te worden omgezet.
Van het werkelijk openzetten van de luiken, bijvoorbeeld via een burgerberaad, is het niet gekomen. Laat staan van het entameren van een brede maatschappelijke discussie over cultuurbeleid, culminerend in transparante politieke besluitvorming.
Belangen en dilemma’s bevragen
In Toekomst van cultuurbeleid verkennen we hoe de strijd om de inhoud van het cultuurbeleid wordt gevoerd. Welke concurrerende ideeën circuleren er in de culturele en politieke arena? We willen onderzoeken hoe de verschillende vertogen tegen elkaar inwerken of elkaar juist versterken. Ook willen we weten welke verschuivingen er momenteel gaande zijn. En we willen beter begrijpen welke belangen achter de gevoerde strijd schuilgaan. Het rekening houden met de zeer uiteenlopende zienswijzen en belangen levert lastige dilemma’s op voor beleidsmakers: welk vertogen krijgen waarom welke ruimte?
Primair zijn we geïnteresseerd in de inhoud en de werking van de verschillende paradigma’s die het cultuurbeleid schragen. Ook willen we snappen hoe het beleid tot stand komt en wat daaraan verbeterd kan worden.
De antwoorden op onze vragen leveren hopelijk bruikbare ideeën op voor een toekomstig cultuurbeleid. We zijn nieuwsgierig!
