
Onze interesse werd gewekt door de verbazingwekkende constatering dat kunstenaars onderaan de hiërarchie stonden bij de overheidssteun aan de cultuurwereld tijdens de coronaperiode. Omdat kunstenaars zelf in het cultuurbeleid niet meer voorkomen en de overheid geen directe relatie met hen onderhoudt, werd die steun uitbesteed aan fondsen die slechts een klein deel van de doelgroep bereiken. Er werd uitgegaan van een niet bestaand trickle-downeffect: via de instellingen zouden de kunstenaars geholpen worden. Wij riepen op tot meer directe steun aan kunstenaars die lokaal en dicht bij de mensen actief zijn. Daarover schreven we ons eerste gezamenlijke opinieartikel in de Volkskrant in september 2020.
De constatering dat kunstenaars weinig prioriteit krijgen in het cultuurbeleid en dat met name kunstenaars die maatschappelijk actief zijn, vrijwel genegeerd worden, leidde ertoe dat we in 2021 het idee kregen om vier brainstormsessies te organiseren met mensen uit de cultuursector van wie we wisten dat ze over dit onderwerp zinnige ideeën hebben. De bijeenkomsten in 2022 en begin 2023 verrijkten onze ideeën en waren uitermate nuttig. Aan de hand hiervan, en ons baserend op eerder ontwikkelde inzichten, schreven wij een betoog dat zo begint:
“Wij komen op voor een cultuurbeleid dat recht doet aan (het maken van) alle vormen van kunst en dat ruimte schept voor al die kunstenaars die actief zijn op de meest uiteenlopende plekken in de samenleving.
We willen:
• een gelijk speelveld voor iedereen, bij alle overheidsfondsen;
• een langdurig en gericht programma, voorbij de projectenaanpak;
• een nieuwe beleidsvisie op de maatschappelijke waarde van kunst (gebaseerd op gedegen onderzoek).
In dit manifest betogen we waarom hiervoor een ander cultuurbeleid nodig is, wat de kern daarvan zou moeten zijn en aan welke voorwaarden moet worden voldaan wil het vruchten afwerpen.”
Dit betoog bewerkten wij tot een opinieartikel in de Volkskrant dat begin maart 2023 verscheen. Daarin schreven we dat cultuurbeleid tot nu toe alleen lippendienst beleed aan de maatschappelijke waarde van kunst en dat het tijd werd voor een grootschalige investering hierin, zowel in programma’s als in budgetten.
We kregen uit delen van de cultuursector veel bijval, maar dat leidde niet direct tot verandering (waarschijnlijk ook te veel gevraagd voor één krantenartikel).
We praatten daarom verder en de (veelal informele) gesprekken leidden onze gedachten naar de manier waarop de cultuursector meer in het algemeen reageert op veranderingen. We schreven een opinieartikel in de NRC in januari 2024 over de voorspelbaarheid van de respons van de cultuursector op een rechtse regering.
Tijd voor een ander cultuurbeleid, tijd voor een ander cultuurbestel? De Raad voor Cultuur, het officiële adviesorgaan voor de regering, vindt van wel. Een consultatieproces startte in 2023. De vele tientallen deelnemers waren nu eens niet alleen bekende cultuurbobo’s. De consultatie leidde tot een radicaal advies dat werd uitgebracht in januari 2024. Niet iedereen in Nederland heeft voldoende mogelijkheden om met cultuur in aanraking te komen. En het huidige cultuurbeleid en -bestel bieden daarvoor niet genoeg kansen. Daarover zijn wij het eens. Maar ook nu ontbreken in het advies twee essentiële voorwaarden: kunstenaars staan nog steeds niet centraal en de rest van de bevolking wordt niet geraadpleegd. In een artikel van februari 2024 op Joop.nl bekritiseerden we dit gebrek aan echte keuzes in het toekomstadvies van de Raad voor Cultuur en bepleitten we een gedegen burgerberaad.
In de sector wordt zeer verdeeld gereageerd op dit advies en tot op heden is het onduidelijk wat er mee gaat gebeuren. Eén ding is duidelijk: er is dringend behoefte aan een brede maatschappelijke discussie over de toekomst van het cultuurbeleid.

