
In juli 2026 schreven we over kunst en zorg op weg naar de beslissende fase. Na een jarenlange zoektocht naar bewijs, dachten velen dat kunst en cultuur structureel hun ingang zouden vinden in zorg en welzijn. Dat blijkt niet zo te zijn. Onlangs zijn twee nieuwe rapporten verschenen die een bijdrage leveren aan de lange weg naar structurele inbedding. Het eerste inventariseert en karakteriseert bestaande projecten en het tweede leert ons aan de hand van gesprekken met initiatiefnemers en organisaties meer over de weg naar structurele acceptatie van kunst in zorg en welzijn.
Een eerste inventarisatie van kunst- en cultuurprojecten in zorg en welzijn laat 220 projecten zien. Dat zijn alleen de projecten die zichzelf hebben aangemeld na een oproep. Met waarschijnlijk een ondervertegenwoordiging van Noord-Nederland met slechts 10 aangemelde projecten. Binnen de projecten voeren thema’s als welzijn, positieve gezondheid de boventoon. Bijna de helft werkt op projectfinanciering en iets meer dan een kwart heeft structurele financiering. Met name in de cultuursector werkt meer dan twee-derde projectmatig en is structurele financiering (langer dan 3 jaar) nog steeds de uitzondering. Bij projecten in zorg en welzijn is er vaker sprake van programma- (1-3 jaar) of structurele financiering.
De vraag is vervolgens: onder welke omstandigheden komt structurele financiering wel tot stand? Daar gaat het tweede rapport van Arts in Health op in. Arne Broekhoven en Atty Bax van KunstLoc Brabant, die een groot deel van dit rapport schreven, noemen o.a. deze factoren:
- In zorg en welzijn zijn vaker cultuurcoördinatoren werkzaam die de verschillende werelden met elkaar verbinden
- Een mix van financieringsbronnen die de activiteit minder kwetsbaar maken
- De consequente inzet van professionele kunstenaars en dan met name diegenen die in staat zijn om bij te dragen aan de organisatieverandering die nodig is
- zichtbaar communiceren en kennis delen, met name via korte films waarin het effect bij deelnemers zichtbaar wordt
- draagvlak. Uit de gesprekken blijkt dat bestuurders, managers en beleidsmakers vaak pas echt overtuigd raken wanneer zij het effect van kunst de praktijk zelf ervaren.
En de praktijk is gebaat bij het elkaar ontmoeten en kennis delen. De trekkers van projecten ontmoeten elkaar niet vanzelf. Met enige regelmaat ontmoetingen en workshops organiseren, bijvoorbeeld over onderwerpen als hybride financiering, kan de ontwikkeling versneld worden. Alleen als meer activiteiten structureel een plek vinden in zorg en welzijn, wordt deze beslissende fase een succes.

