
Al heel lang ontwikkelen kunstenaars projecten in de zorg. Naast het voortdurende tekort aan budget klinkt daarbij steeds dezelfde vraag: waar is het bewijs dat kunst in de zorg werkt? Want als dat bewijs er eenmaal is, zo is de gedachte, zullen zorgorganisaties kunst structureel in hun werkwijze opnemen en hoeven activiteiten niet langer uit culturele subsidiepotjes te worden betaald.
Dat bewijs is er inmiddels in overvloed. In Nederland verscheen een overzichtsstudie, de WHO publiceerde een omvangrijk rapport op basis van honderden onderzoeken en begin 2026 kwam het boek van Daisy Fancourt uit: Kunst als medicijn. De wetenschap van kunst en gezondheid. Daarin wordt nog veel meer onderzoek bijeengebracht en uitvoerig uiteengezet waarom kunst van betekenis is voor onze gezondheid. Er verschijnen Europese publicaties en er zijn conferenties over kunst en zorg. In Nederland zijn sinds kort twee deeltijdhoogleraren op dit terrein actief: de een verbonden aan Codarts, de ander aan de Erasmus Universiteit. Er zijn netwerken als Arts in Health en er gebeurt aanzienlijk meer dan enkele jaren geleden.
Ook in de cultuursector, die eerst nogal afhoudend reageerde, krijgt het onderwerp steeds meer aandacht. OCW onderkent het belang ervan en Kunsten ’92 draagt het actief uit. Maar toch…
Het bewijs is er en de wil in de cultuursector eveneens. De grote vraag is nu: gaat ook de zorg overstag? Een aantal pionierende zorgorganisaties, met name in de langdurige zorg, heeft het werken met kunstenaars inmiddels in de eigen praktijk opgenomen. Ook in enkele ziekenhuizen zijn veelbelovende ontwikkelingen gaande, zoals Muziek als Medicijn. Nu komt het aan op structurele inbedding in het zorgbeleid.
En daar dient zich een nieuwe hindernis aan: de zorg zelf. Verandering in de zorg is ingewikkeld. Niet alleen vanwege soms complexe financieringsstructuren, maar ook door ingesleten routines, gevestigde machtsposities en wellicht het not-invented-here-syndroom (wat ongeveer betekent: ‘als wij het niet zelf hebben bedacht, zal het wel minder goed of minder relevant zijn’).
Drie wegen naar verankering
Hoe kan de stap worden gezet van pionieren naar structurele opname in het zorgbeleid? Grofweg tekenen zich drie benaderingen af: benutten wat binnen het huidige stelsel al mogelijk is, kunst verbinden met een andere visie op zorg, en uiteindelijk kunst plaatsen binnen een bredere visie op een zorgzame samenleving. In alle drie gaat het om dezelfde vraag: hoe krijgen kunst en cultuur een duurzame plaats in zorg en samenleving?
1. Benut wat nu al mogelijk is
De eerste benadering legt vooral de nadruk op de mogelijkheden die binnen het bestaande beleid en de huidige financiering al aanwezig zijn. Een voorbeeld is het rapport Wegen naar verankering, opgesteld in opdracht van Arts in Health.
De boodschap is pragmatisch: maak gebruik van bestaande financieringsmogelijkheden via de Wlz (Wet langdurige zorg), de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) en de sociale basis van gemeenten. Leg verbindingen met verschillende zorginstellingen en breng het beschikbare bewijs nadrukkelijk onder de aandacht: betere kwaliteit van zorg, positieve effecten voor cliënten en mogelijk ook kostenbesparingen.
De vraag blijft wie deze beweging op gang brengt en organiseert. Dat kan niet uitsluitend worden overgelaten aan de pionierende zorginstellingen die het belang ervan al hebben onderkend.
2. Naar een andere visie op zorg
De tweede benadering sluit aan bij de bredere transformatie van de zorg: minder uitsluitend uitgaan van ziekte en behandeling, en meer aandacht voor kwaliteit van bestaan en een positieve visie op gezondheid.
De Toekomstverkenning Zorg en Cultuur van ZonMw richt zich formeel op ouderen in de langdurige zorg, maar de betekenis ervan is veel breder. De huidige zorg loopt vast, zowel door personeelstekorten als door de voortdurende groei van de zorgvraag. De zorg kan die problemen niet alleen oplossen.
Inmiddels zijn er voldoende inspirerende initiatieven die laten zien dat een andere aanpak mogelijk is: samenwerking tussen zorg, cultuur en welzijn, gericht op kwaliteit van leven en ondersteund door uiteenlopende creatieve interventies. De mogelijke opbrengsten zijn aanzienlijk: meer vitaliteit en welzijn, lagere zorgkosten en betere werkomstandigheden voor zorgprofessionals.
Hoewel deze verschuiving in het denken over zorg al gaande is, heeft kunst en cultuur daarin nog lang geen vanzelfsprekende plaats. Werkdruk en verantwoordingslast maken vernieuwing bovendien lastig. De toekomstverkenning schetst daarom een situatie waarin overheden en zorgverzekeraars via veranderingen in beleid en financiering daadwerkelijk ruimte hebben gemaakt voor kunst in de zorg.
Ook hier dient zich dezelfde vraag aan: wie neemt het voortouw?
3. Naar een zorgzame samenleving
De derde benadering gaat nog een stap verder en vraagt om een cultuurverandering in de samenleving als geheel. Hoe ontstaan maatschappelijke zorgpraktijken waarin mensen gezamenlijk hun leefwereld onderhouden en vormgeven? En kan kunst daarbij als katalysator fungeren?
Het uiteindelijke perspectief is een zorgzame samenleving, zoals die wordt onderzocht binnen het project Creating Cultures of Care. In een netwerk van hogescholen, universiteiten en organisaties op het terrein van zorg en welzijn wordt via artistieke co-creatie gezocht naar nieuwe vormen van zorgzaamheid en gemeenschapsvorming.
Van pionieren naar een gezamenlijke strategie
De drie benaderingen sluiten elkaar niet uit. Integendeel, ze kunnen elkaar versterken. Benutten wat binnen het huidige stelsel al mogelijk is, werken aan een zorgvisie waarin kunst en cultuur vanzelfsprekend worden meegenomen en tegelijkertijd zoeken naar de contouren van een zorgzamere samenleving: alle drie zijn noodzakelijk.
De eerste twee benaderingen richten zich vooral op beleid en verdienen verdere uitwerking. Dat vraagt om een offensievere strategie richting de zorgsector, maar ook richting het onderwijs: hoe worden creatieve zorgprofessionals en ‘zorgbekwame’ kunstenaars van de toekomst opgeleid?
Daarnaast is nader onderzoek nodig. De zorg is immers geen homogeen terrein. Meer kennis is vooral gewenst over drie punten: hoe kunst in de zorg precies werkt, wat de kosten zijn en wat de opbrengsten zijn voor cliënten en zorgprofessionals.
Er is de afgelopen jaren veel bereikt. Het bewijs is aanzienlijk sterker geworden, de netwerken zijn gegroeid en binnen de cultuursector bestaat veel meer draagvlak. Maar de beslissende stap moet nog worden gezet: van succesvolle projecten en pionierende instellingen naar structurele verankering in het zorgbeleid.
Daar komt het nu op aan.

