Boek: The arts dividend revisited, Why investment in culture pays van Darren Henley

De directeur van de Engelse Arts Council, Darren Henley, beschrijft in dit boek – of is het toch meer een pamflet van 230 pagina’s? – de opbrengsten voor Engeland van publieke investeringen in kunst en cultuur op zeven terreinen: creativiteit, onderwijs, welzijn en gezondheid, innovatie, gebiedsontwikkeling, ondernemerschap en reputatie. Daarbij is creativiteit de belangrijkste input en reputatie het uiteindelijke resultaat. Het boek, verschenen in 2020, is een mengeling van bezoekverslagen aan een groot aantal instellingen en evenementen én analyses op basis van bevindingen uit rapporten en onderzoeken.
Op het eerste gezicht is het een sterk narratief over de betekenis van kunst en cultuur voor de samenleving, waarvoor we geen vergelijkbare publicatie hebben in Nederland.
Natuurlijk, Kunsten’92 komt regelmatig met betogen over de betekenis van kunst en cultuur en op deelterreinen – kunst en gezondheid of creatieve gebiedsontwikkeling – zijn enkele goede publicaties verschenen. Maar een Nederlands boek met zo’n samenhangend en overzichtelijk betoog, ondersteund door bewijskracht? Het bestaat niet.
Als de directeur van de Engelse Arts Council, die zowel beleid opstelt als subsidies verdeelt, een dergelijk boek schrijft, heeft dat meteen gewicht. Welke instantie in Nederland beschikt over een even goed netwerk van beleidsmakers op verschillende terreinen en kan met voldoende autoriteit zoiets tot stand brengen?
Enkele positieve en negatieve kanttekeningen bij het boek:
- Het verhaal is vooral gericht op instituties zoals theaters, festivals en een enkele community arts-groep. Kunstenaars zijn vrijwel afwezig.
- In het hoofdstuk over innovatie gaat het alleen over digitalisering en het gebruik van technologie. De rol van de kunsten bij andere vormen van (sociale) innovatie en bij de aanpak van maatschappelijke vraagstukken is zwaar onderbelicht.
- Er is veel aandacht voor de rol van de kunsten – vooral via instituties – op lokaal en regionaal niveau bij de verbetering van steden, met name via iconische gebouwen, grote instellingen en festivals. Er is echter nauwelijks aandacht voor community-vorming van onderop en voor de rol van broedplaatsen.
- In het hoofdstuk over het economisch dividend wordt duidelijk dat publieke investeringen noodzakelijk zijn voor maatschappelijk rendement, maar ook economisch veel kunnen opleveren. Er is aandacht voor filantropie, leningen en crowdfunding. Helaas, ook hier is het vizier alleen op instellingen gericht. Geen woord over de manieren waarop kunstenaars hun eigen financieringsmix samenstellen – bijvoorbeeld uit subsidies, leningen, crowdfunding en verkoop – en welke vaardigheden ze daarvoor nodig hebben.
Er is een duidelijke parallel tussen The Arts dividend revisited en het Nederlandse cultuurbeleid: veel aandacht voor instellingen, weinig voor kunstenaars. Desondanks zou zo’n publicatie voor Nederland een goed idee zijn, mits er aandacht is voor de hier genoemde tekortkomingen.

