
Er is veel aanbod van kunstenaars op uiteenlopende terreinen in de zorg, vooral van individuele kunstenaars. Hier en daar zijn collectieven actief, soms in samenwerking met opleidingen en fondsen. Ook vindt onderzoek plaats, verspreid over verschillende instituten. Op het eerste gezicht is er dus sprake van een rijk en gevarieerd veld. Niets aan de hand dus, zo lijkt het. Maar de vraag rijst of er voldoende overzicht bestaat en hoe dit werk beter kan worden verankerd, zowel binnen de culturele en creatieve sector als binnen de zorg.
Wat voor Kunst & Zorg geldt, geldt in belangrijke mate ook voor andere maatschappelijke domeinen waarin kunstenaars actief zijn.
Een rijk maar versnipperd veld
Een kort overzicht van recente initiatieven en ontwikkelingen.
Er is veel individueel aanbod van kunstenaars, om enkele uiteenlopende voorbeelden te noemen: Sandra Schouten en Dirk van Lieshout. Collectieven als de Turnclub proberen nieuw aanbod te ontwikkelen voor de zorg, ook hier vooral via projecten van individuele kunstenaars. Ook bij project IDOLS waren er projecten in de zorg. KunstLoc Brabant heeft veel gepubliceerd over kunst in de zorg en brengt sinds kort een nieuwsbrief uit over dit onderwerp.
Er vindt onderzoek plaats, zoals Kunst in de Zorg, gefinancierd door ZonMw. Er is onderzoek en een publicatie van het Reisgezelschap over de verbinding tussen kunst, zorg en welzijn. Er zijn regelingen en programma’s zoals Lang Leve Kunst, dat zich richt op ouderen, en Samen Cultuur Maken, dat zich vooral richt op samenwerking in de wijk en ook een kennisprogramma gaat organiseren. LKCA heeft onlangs een kanaal geopend binnen het sociaal domein om mensen te verenigen die actief zijn op dit gebied.
Wat valt op?
- Er is veel aanbod van individuele kunstenaars of duo’s, maar weinig van collectieven of grotere groepen. Het aanbod is dus zeer kleinschalig.
- Veel aanbod is gericht op individuen of kleine groepen in de zorg, met name deelnemers, cliënten en bewoners, en vrijwel niet op het beleid van instellingen.
- Publicaties over projecten, zoals bij het Reisgezelschap en IDOLS, lijken zich vooral te richten op het proces van samenwerken en op wat daarbij onderweg wordt ervaren. Veel minder aandacht is er voor de effecten van de projecten. Mogelijk hangt dit samen met de fase waarin veel van deze projecten verkeren: er wordt nog gezocht naar manieren waarop uiteenlopende sectoren het best kunnen samenwerken. Ook kan onderzoek te laat bij projecten worden betrokken, waardoor bijvoorbeeld geen nulmeting meer kan plaatsvinden.
- Er zijn geen standaardmethoden om de effecten van kunst in de zorg in kaart te brengen, afgezien van anekdotische gegevens. De gebruikelijke norm voor onderzoek in de zorg is hiervoor niet altijd haalbaar of wenselijk. Er bestaan alternatieve Randomized Controlled Trials-methoden, maar de vraag is hoe bekend die zijn en hoe vaak ze worden toegepast.
Wat is er nodig?
Wat zou er moeten gebeuren? Een aantal suggesties, waarvan sommige wellicht lastig uitvoerbaar zijn, maar daarom niet minder noodzakelijk:
- Zorg voor plekken waar kunstenaars en ontwerpers terechtkunnen voor collegiale consultatie en advies van experts uit zowel zorg als cultuur, om op hun projecten te reflecteren en ze te verbeteren. Zoals nu regelmatig plaatsvindt bij KunstLoc, LKCA en Cultuur Oost.
- Creëer één plek waar al het onderzoek naar kunst en zorg wordt verzameld, becommentarieerd en, waar nodig, vertaald naar de praktijk. Mogelijk in de vorm van een onderzoekstijdschrift, naar Scandinavisch voorbeeld.
- Maak meer onderscheid tussen verschillende soorten projecten. Veel projecten richten zich op bewoners, deelnemers en cliënten en maken hun leven aangenamer. Andere richten zich op personeel en leidinggevenden van organisaties en instellingen om hun manier van werken te veranderen. Sommige projecten proberen beleid van organisaties en instellingen te beïnvloeden, zodat kunst een grotere en structurele rol krijgt binnen de zorg. Enkele zorginstellingen hebben daar iemand voor aangesteld. De vraag is in hoeverre deze professionals elkaar ontmoeten en kennis uitwisselen. Projecten als IDOLS werken met een zogeheten multistakeholder-aanpak. Daarbij worden verschillende partijen bij elkaar gebracht die een relatie hebben met een ingewikkeld vraagstuk, bijvoorbeeld obesitas. Kunstenaars en ontwerpers worden ingezet om te helpen tot een nieuwe benadering te komen.
- Breng een groot aantal projecten op deze manier in kaart om te onderzoeken welke lessen daaruit kunnen worden getrokken. Waar is meer van nodig en hoe kom je daar het beste?
- Onderzoek hoe schaalvergroting vorm kan krijgen op drie niveaus: in bereik, door meer projecten mogelijk te maken; in omvang, bijvoorbeeld door kunstenaars vaker te laten samenwerken; en in het niveau waarop projecten actief zijn, van individuen en groepen tot leidinggevenden, beleid en systeemvraagstukken.
- Onderzoek wat nodig is om de zorgsector meer bij deze ontwikkeling te betrekken én te laten meebetalen. Hoe kunnen verzekeraars worden gestimuleerd om te investeren in preventie en verbetering van aspecten van ‘positieve gezondheid’? Nu worden veel projecten in de zorg vanuit cultuurbudgetten betaald. Mogelijke voorwaarden zijn meer onderzoek en bewijsvoering, schaalvergroting en nieuwe netwerken van kunstenaars, instellingen, opdrachtgevers en beleidsmakers.
- Investeer in praktijkgericht onderzoek bij hbo-opleidingen. Bij ArtEZ en HAN werken kunst en zorg al samen; dergelijke samenwerking kan op meer plekken worden ontwikkeld. Bij opleidingen Social Work in Den Haag, Amsterdam en Utrecht komt er steeds meer aandacht voor de inzet van kunst.
Naar een landelijk programma
OCW, LKCA en Fonds CultuurParticipatie zouden op landelijk niveau, KunstLoc en CultuurOost op regionaal niveau en enkele van de genoemde opleidingen gezamenlijk kunnen onderzoeken of een landelijk programma mogelijk is. Daarbij moet ook duidelijk worden welke rol kunstenaars krijgen en welke bijdrage ZonMw als financier van zorgonderzoek kan leveren.

